Renske de Greef wordt op 19 februari 1984 geboren te Utrecht in het Diakonessenziekenhuis, dat door haar als kind steevast het Diakonijnenziekenhuis wordt genoemd. Op haar zestiende begint ze bij het jongerenmagazine Spunk.nl, waar de onderwerpen van haar artikelen varieëren van het fenomeen Weekendbi’s tot een ode aan Ovide en zijn Vriendjes. Op haar zeventiende schrijft ze één keer in de drie weken een column, waarin ze bijvoorbeeld haar liefde uit voor zingende zwervers en haar haat jegens mensen die graag sinaasappelsap drinken op feestjes.
Op haar achttiende schrijft ze een jaar lang de wekelijkse column ‘Lust’. Deze reeks verhaalt over haar liefdes- en seksleven, avonturen waarin Renske er bijvoorbeeld achterkomt dat ze geen gevoel heeft voor flirten (ze blijft maar erotische vibes opvangen bij haar lerares Geschiedenis) en dat stemmetjes in bed doen denken aan seks met een Muppet.
In februari 2005 komt ‘Ja/Nee: Geef me alsjeblieft aandacht/Laat me toch met rust’ uit, het dubbelboek dat Renske samen met beste vriend en ex-hoofdredacteur van Spunk Jan Hoek schrijft. Jan en Renske geven hun visie op door hen beiden meegemaakte (a-)seksuele gebeurtenissen.
Op 1 december (Wereld Aids Dag) 2005 komt ook ‘Seks in Afrika: tongzoenen, flirten, rites en aids’ uit. Vijftig columns die een kaleidoscoop vormen van seks in Afrika. Naar aanleiding van het boek ‘Seks in Afrika’ krijgt Renske een maandelijkse reportage in onzeWereld.
In november 2007 komt bij uitgeverij Meulenhoff Renske’s eerste roman uit: ‘Was alles maar konijnen’, een grillig sprookje over eenzaamheid, contact en verlangen. Voortgekomen uit de liefde voor de maakbaarheid, het perfecte plaatje en konijnen.
In januari 2008 vertrekt ze samen met Jan Hoek naar In 2009 komt haar nieuwe roman” En Je Ziet Nog Eens Wat” uit, gebaseerd op haar reis naar Tanzania die ze in 2008 maakt.
Vanaf 2010 schrijft Renske een dagelijkse column in NRC Next
